Zoals jullie weten, ben ik Heleen Wessels en samen met Floor Zuijdam coördineren wij de werkzaamheden in onze natuurtuin. Dus even een oriënterend rondje gelopen door de natuurtuin. Daarbij heb ik even gekeken, hoeveel planten er terug zijn te vinden, van de geplante, maar ook van de gezaaide soorten. 

Ook even gekeken, welke planten er momenteel bloeien en wat daar zoal op afkomt. 

Momenteel bloeien de Witte dovenetel, Speerzaad (geel), Hondsdraf en een aantal Ereprijs-soorten. Als eerste heeft dit jaar het Klein hoefblad al gebloeid met z’n mooie gele bloemhoofdjes. Een hele belangrijke waardplant voor wilde bijen! Deze plant behoort tot de naaktbloeiers, omdat er eerst bloemen zijn voordat het blad opkomt. 

Natuurlijk zie ik net als vele andere mensen, dat de distel en de wilde braam het goed doen, naast het feit dat er veel vergrassing plaatsvindt. Die vergrassing is niet zo gek, gezien het feit dat er teveel stikstof in de natuur komt. Maar ook grassen hebben hun waarde en op sommige plaatsen mogen de distels wel groeien. Alleen de wilde braam willen we toch wel graag kwijt. Als we die gedogen, is het binnen onafzienbare tijd alleen nog maar wilde bramen. De bedoeling van de natuurtuin is dat we de biodiversiteit vergroten en als er alleen nog maar wilde bramen staan, gaat dat natuurlijk niet lukken. 

Wat is eigenlijk het doel van de natuurtuin? 

Zo veel mogelijk inheemse planten die verbonden zijn met zoveel mogelijk verschillende insecten, zoals onder andere wilde bijen en vlinders. De onderlinge band is dus heel belangrijk, tussen planten en insecten. Door waarneming (monitoring), kunnen we daar ook heel veel over leren. Ook onze kinderen leren, dat de natuur van belang is. Dat wij zelf ook met natuur zijn verbonden. Inheemse planten zijn planten die hier oorspronkelijk voorkwamen. Het voordeel daarvan is dat ze een meerwaarde hebben voor de insecten, die het momenteel zwaar te verduren hebben, doordat er al jaren lang op natuur is bezuinigd. Wilde bijen zijn monolectisch, oligolectisch of polylectisch. Wat betekent dat? 

Monolectisch: voor het verzamelen van stuifmeel gespecialiseerd in bloembezoek van slechts één plantensoort 

Oligolectisch: voor het verzamelen van stuifmeel gespecialiseerd in bloembezoek op slechts een beperkt aantal plantensoorten behorende tot één genus of enkele genera (genus= een natuurlijke verzameling van aan elkaar verwante, doch duidelijk verschillende, species, soorten) 

Polylectisch: voor het verzamelen van stuifmeel wordt een groot aantal bloemen bezocht behorende tot planten van verschillende families.

Hiernaast zie je twee wilde bijensoorten die ik waarnam op de Laurierkers, een exoot die hier oorspronkelijk niet vandaan komt, maar via incidentele import is binnengekomen. Het zijn beide zandbijen. 

De bovenste bij is de Roodrandzandbij. Een bijensoort die op de rode lijst staat en die al eens is waargenomen op Fluitekruid rond de wallen van Gorichem. 

De onderste wilde bijensoort is een Asbij. Een zandbijensoort die ik voor het eerst heb waargenomen, en dan ook nog in de natuurtuin!